Een leven lang leren

Kaart wordt geladen...

Datum/Tijd
Datum - 01/12/2018
18:30 - 20:00

Locatie
Ontmoetingskerk

Categorieën


1 SOVE 1 december 2018 Thema: Een leven lang leren Lukas 21 toespraak Franck Ploum 1 Het is Eindhoven en omgeving niet ontgaan: Sinterklaas is in het land! Wereldwijd hebben mensen kunnen zien hoe Eindhoven de komst van de goedheilig man heeft gevierd, tenminste sommigen in Eindhoven. Fijne vrienden – die vrienden van Piet, ze hebben hem welkom geheten met de Hitlergroet en meer. Er is inmiddels een strijd ontstaan die veel groter is het Sinterklaasfeest, maar die vooral haar scheiding vind in de vraag of je van het verleden wilt leren of niet. Of je terugkijkend op de geschiedenis, met de kennis van nu, kritisch wilt kijken naar onze rol op het wereldtoneel. Of we bereid zijn te kijken, te leren en te veranderen of niet. Wegkijken of tekenen van de tijd verstaan en weten te duiden, er van te leren naar de toekomst toe. Rond die vragen draait de discussie. 2. In mijn boekenkast – misschien bij u ook – staat een heruitgave van illustratrice Freddie Langelaar’s Sinterklaas Kapoentje. Een klassieker van uitgeverij Kluitmans. Mooie prenten en een tekst op rijm. Het origineel is van begin vorige eeuw. Wanneer je dat origineel onder ogen krijgt, kun je je wild schrikken: In de originele tekst heet Zwarte Piet een Zwarte uit Morenland, die Sinterklaas aanspreekt met ‘mijn heer en meester’. En op de tekeningen draagt Piet slavenkettingen om zijn been. Begin vorige eeuw, toch echt al 50 jaar na de afschaffing van de slavernij, werden kinderen opgevoed in deze beeldvorming. En ja, eigenlijk weet ik het wel, zo ging het. De welvaart van de Nederlanden is gebouwd op de slavenhandel en die mentaliteit krijg je er niet in een paar generaties uit. Het lijkt ook wel alsof we met elkaar deze episode verdringen of wegstoppen. We hebben niet zoiets als een collectief schuldbesef over wat onze voorouders gedaan hebben. Een paar jaar geleden pas werd het eerste echte slavernijmonument in Nederland onthuld. En zelfs toen nog onder protest van een aantal politici: niets schuldgevoel, trots op Nederland. Verstaan wij de tekenen? Dat er veel verborgen en onderhuids doorgegeven racisme in ons schuilt? Nederland speelde in de slavenhandel DE sleutelrol. Maar willen we het weten en willen we dat horen? We willen eigenlijk vooral horen hoe goed we zijn geweest en dat het lang geleden is en dat we het 150 jaar geleden hebben afgeschaft – als een van de laatsten overigens! – Maar bij dat standpunt hoort ook weer een tegenvraag, die te maken heeft met de vraag of we de tekenen willen zien en die vooral te maken heeft met onszelf: want is het zo, dat wij de slavernij hebben afgeschaft? Waar komt onze kleding vandaan, wie delft de grondstoffen voor onze telefoons, wie krijgen de winsten voor producten uit Afrika en Azië? De slavernij hebben we niet afgeschaft, we hebben haar onzichtbaar gemaakt. 2 3 Verstaan wij de tekenen? Die vraag wordt opgeroepen in de Lukastekst van vandaag. Misschien kan het nog scherper: waarom verstaan wij wel het teken van de vijgenboom die de zomer aankondigt, maar niet de onheilstekenen en de donderwolken die ons boven het hoofd hangen? Kijkend naar onze wereld zijn er twee opties: kijken en leren, proberen te begrijpen en duiden wat je ziet, of je kunt je ogen sluiten, je hoofd afwenden en lekker verder leven in je eigen wereldje. Kies je voor de leerweg van het laatste dan ontdek je al snel dat je de woorden van Lukas zeker niet moet verstaan als onheilspellende aankondigingen van de ondergang, maar als een verwijzing naar de gebeurtenissen uit zijn eigen tijd: het jaar 70, de verwoesting van Jeruzalem en het heiligdom, door de Romeinse overheerser. Lukas voorziet dat de gebeurtenissen in Jeruzalem niet op zullen houden bij de stadsmuren, maar de hele wereld zullen treffen: heel de wereld zal ten ondergaan aan macht, geld, overheersing en uitbuiting. Wie kan hem ongelijk geven, wanneer je de tekenen in onze tijd wilt verstaan. 4 Zo opent het kerkelijk jaar de eerste zondag van de advent. Wonderlijk eigenlijk, want logisch zou geweest zijn om te openen met hoofdstuk 1 en 2 van het evangelie van Lukas. Maar nee, eigenwijs als kerken zijn: Lukas 21. Kennelijk moeten we als lezer, zonder de hoofstukken 1 tot en met 20 te hebben gelezen al begrijpen dat de komst van de mensenzoon de oplossing is voor al onze problemen. Terwijl Lukas zelf pas 50 jaar na de dood van Jezus tot die conclusie komt, nadat hij een hele leerweg heeft afgelegd en besluit zijn evangelie te schrijven. Typisch aan de tekst van vandaag is wel dat de mens die wij mensenzoon noemen, Jezus uit Nazareth, zelf de komst van de mensenzoon aankondigt in zijn redevoering over de laatste dingen. Onheil, donder en bliksem worden door Jezus aangekondigd, maar: dan ook zullen zij zien ‘de mensenzoon die daar komt op een wolk’, met macht en grote heerlijkheid. (Lk 21,27). 5 Rond het begin van onze jaartelling, leefde er onder verschillende groepen in de Joodse wereld de verwachting dat er een Messias zou komen, iemand van koninklijke allure, die een nieuwe samenleving zou vestigen. Een samenleving waarin de grote woorden en visioenen van Thora opnieuw bewaarheid zouden worden, waar gemaakt zouden worden. 3 Het bijbelse verhaal grossiert in visioenen van een andere, ongedachte toekomst. Het houdt in ons de hoop levend dat het niet alleen anders moet, maar ook anders kan. Dat jij en ik anders kunnen, omdat er in ons een nieuwe mens schuilt. Die nieuwe mens doet een beroep op ons, op al die momenten dat we onszelf afvragen of we wel de juiste weg bewandelen, bij al die beslissingen waarbij we voelen dat het toch niet helemaal klopt, wanneer we in de spiegel kijken en ons de vraag stellen ‘wie ben ik’ en ‘ben ik de mens die ik moet zijn’. Ons geweten is de toetssteen voor die menswording en groei in en naar humaniteit. Volgens de bijbelse visioenen brengen wij onszelf en de wereld verder door partijganger te zijn van hen die aan de zelfkant van deze wereld leven en geen stem, kans en middelen hebben om daaruit weg te trekken. Wordt naaste van de mens naast je, die een mens is zoals jij. Tot 36 keer toe wordt deze bijbelse opdracht in de Schrift zelf, toegepast op de vreemdeling in ons midden. Moeten we ons dan het lot van de hele wereld aantrekken? Kan ik in mijn eentje dan al dat lijden op me nemen? De Joods-Franse filosoof Levinas zegt: je bent niet schuldig aan al het lijden van de wereld, maar dat maakt je niet minder verantwoordelijk. Dan bereiden we de adventus, de aankomst van de mensenzoon in ons midden. Zegt de profetische traditie dat God het visioen werkelijkheid zal laten worden? Zegt Jezus dat het allemaal wel goed zal komen, ook zonder onze inspanning? Nee, dat zeggen ze niet. Het zijn mensen die het moeten doen. God geeft geen brood aan de armen, wij kiezen er voor om te stapelen of om te breken en te delen. Wij kiezen er voor om te onderdrukken of om te bevrijden. Dat is nu juist de hele strekking van het bijbelse verhaal, dat ik als mens kan kiezen om goed of kwaad te doen, dat deze wereld niet goed is, maar het wel kan worden. Dat wij mensen het hele zaakje ten goede kunnen keren, door met vallen en opstaan te groeien en boven onze eigen tekorten uit te stijgen. Die kracht is in ons neergelegd en het bijbels verhaal wil die kracht in ons aanspreken, oproepen, aanwakkeren, versterken. De bijbel is dan ook een levenslange leerweg. Dat deze tijd van advent onze leerweg mag verdiepen door de tekenen van onze tijd te willen verstaan en te duiden in het licht van de grote woorden uit de Thora: heb lief, doe recht, wees naaste. Zeg amen – zo moge het zijn.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *